Benodigdheden

Als u eenmaal weet wanneer de nieuwe pup in huis gaat komen, zult u een aantal voorbereidingen moeten treffen. U doet er verstandig aan een aantal zaken al in huis te halen voordat de puppy in zijn nieuwe huis arriveert.

Accesoires

  1. Halsbandje of tuigje
  2. Riempje
  3. Penning
  4. Speeltjes
  5. Voeding
  6. Voer- en drinkbakken
  7. Hondenkoekjes
  8. Eigen plaats
  9. Bench
  10. Mand, kussen of deken
  11. Borstel/kam
  12. Tandpasta en tandenborstel
  13. Nylon hondentuigje

Weetjes ..

Vraag aan de fokker of u de maat van het nekje van de pup mag opmeten. Doe dit vlak voor u de hond gaat halen en koop dan en halsbandje dat past bij deze maat. Er worden allerlei soorten halsbanden verkocht, maar neem gewoon een klein nylon of leren halsbandje.
U moet er wel rekening mee houden dat het pupje vrij snel groeit. Dus u zult het bandje regelmatig wat losser moeten vastmaken. Voel bij het omdoen of er nog voldoende ruimte overblijft zodat het bandje niet te strak zit.
 
Een of twee vingers die u tussen de halsband en de hals kunt plaatsen is hierbij voldoende. De halsband mag ook niet te los zitten. Het is tenslotte ook niet de bedoeling dat uw puppy zijn kopje eruit kan trekken.
 
 

Tips en weetjes

De Rollijn

 De rollijn geeft uw hond meer bewegingsvrijheid. Maar is ongeschikt om uw puppy te leren wandelen zonder trekken.

De penning

Zorg dat de hond altijd een penning om heeft waarop uw telefoonnummer staat. Als uw hond dan een keer van huis wegloopt, kunt u als eigenaar altijd op de hoogte worden gebracht wanneer uw hond gevonden is. De onderhuidse chip maakt een penning overbodig.

Riempje

 Je kunt het beste beginnen met een eenvoudige Nylon riem van zo/n 1 a 1.5 meter lang. Dit is praktisch gezien een goede lengte om te wandelen en te trainen.

Speeltjes

Voldoende speeltjes zijn belangrijk om de hond te vermaken. Omdat iedere hond zijn eigen voorkeur heeft, zult u zelf moeten ontdekken welke speeltjes uw hond leuk vindt. Houdt er bij de aanschaf van speelgoed wel rekening mee dat het veilig is en niet gemakkelijk splintert of door te slikken is. We onderscheiden speeltjes waarmee de hond alleen kan spelen en speeltjes waarmee samen met de baas gespeeld wordt.

Om in te bijten

 

Als een puppy alleen speelt zal hij doorgaans ergens op willen kauwen. Kauwen is een natuurlijke behoefte van uw hond. Het is belangrijk hiervoor verantwoord kluif materiaal aan te bieden. Wanneer uw puppy niets heeft om op te kauwen, is er een grote kans dat hij aan uw schoenen, kleding, of andere voorwerpen gaat kauwen.

Kluif

Buffelhuiden kluifjes zijn geschikt kluif materiaal. Wel is het verstandig even goed op te letten wanneer deze kluiven bijna op zijn. Een heleboel honden slikken het laatste, grote stuk het liefst in één keer door. Dit kan gevaarlijk zijn in verband met verstikkingsgevaar. Het laatste stukje van de kluif kunt u dus beter weggooien.

Eigen speeltjes

Geef de hond geen stokken, zeker wanneer deze nog een pup is. Stokken kunnen in de keel blijven steken of versplinteren. Ook oude kledingstukken, schoenen en dergelijke zijn geen geschikt speelgoed. De hond kan deze namelijk niet beschreven van nieuwe, en zal anders ook de nieuwe varianten van uw kleding als speelgoed zien.

Met de baas spelen

Speeltjes om samen met de baas mee te spelen moeten het contact en het samen bezig zijn worden. Heel geschikt hiervoor zijn flos touwen om samen met de baas aan te trekken, tennisballen die de pup kan apporteren, een tennisbal in een sok om mee te sjorren (dit lijkt niet meer op een gewone sok), apporteer dummy’s en verantwoord speelgoed dat bij de dierenwinkel te verkrijgen is.

Voeding

keuze kunt u doen als uw puppy zich bij u op zijn gemak voelt. Alle Het is aan te raden uw puppy de eerste dagen hetzelfde voer te geven, als hij bij de fokker heeft gehad. Overstappen op een voer van uw eigen stress die de scheiding van zijn familie teweegbrengt, kan ertoe leiden dat uw puppy de eerste dag bij u thuis niet wil eten. Dwing hem niet om te eten en geef hem de tijd om te wennen. U zult zien dat de honger de volgende dag al weer terugkomt.

Voer bakken

Het maakt op zich niet zoveel uit wat voor voerbak(ken) en drinkbak(ken) u neemt. Voor uzelf is het prettig om bakken te nemen met een hoge rand er omheen. Dit voorkomt zoveel mogelijk dat de pup er een smeerboel van maakt. Zorg ook dat de bakken groot genoeg zijn om later nog steeds voldoende inhoud te kunnen bevatten. Ook zijn standaards te verkrijgen waar de bakken in geplaatst kunnen worden, zodat ze wat hoger staan. De hond neemt dan tijdens het eten en drinken een veel natuurlijker houding aan en het voer en drinken hoeft dan niet tegen de zwaartekracht in een vreemde bocht te maken voordat het in de maag komt. Bovendien voorkomt dit dat de bak door de hele ruimte gaat.

koekjes

Een van de essentiële levensbehoeften van honden is eten. Bij eten komt endorfine (lichaamseigen morfine) vrij, wat in de hersenen belonend werkt. Daarom is voer een prima middel om de hond te belonen. We moeten er wel voor zorgen dat de beloning lekkerder en aparter moet zijn dan het gewone voer. In de dierenspeciaalzaak zijn allerlei speciale hondenkoekjes te koop, die geschikt zijn als beloning. Meestal gaan de pups hiervoor uit hun dak. Mensen-eten of snoep is niet geschikt voor honden. Dit is vaak te zout, te zoet of te vet.

Eigen plaats

Uw puppy heeft een eigen veilige plek in huis nodig waar hij zich terug kan trekken. Honden hebben graag een overzichtelijke en rustige plaats, die toch betrokken is bij het gezinsleven. Leg de lap stof die in het nest bij de puppy’s heeft gelegen op zijn slaapplek. De geur van zijn moeder en nestgenootjes die in dit lapje zit, zal hem helpen zich makkelijker thuis te voelen op zijn slaapplek. Stuur uw puppy nooit voor straf naar zijn slaapplek. Zijn eigen plaats moet een plek zijn waar uw puppy graag gaat liggen. Als slaapplek voor uw puppy kunt u gebruik maken van een bench, een hondenmand, een kussen of een deken.

Bench training

De bench kan een handig hulpmiddel zijn in de opvoeding van uw puppy, zoals bij het zindelijk maken en om het alleen blijven aan te leren.

De bench is erg geschikt als eigen plekje waar uw pup zich veilig kan voelen. Bovendien is de bench een handig hulpmiddel om het alleen blijven aan te leren en het zindelijk worden te bespoedigen. Bijkomend voordeel van de bench is dat de bewegingsvrijheid van uw puppy is beperkt, waardoor hij uw meubels niet kan gaan slopen wanneer u niet thuis bent. Ga wel meteen met de benchtraining aan de slag, zodat uw pup zich veilig zal voelen in de bench. Zorg ervoor dat de bench al in huis staat voordat de hond de eerste keer thuis komt. Zo kan hij de bench meteen als zijn eigen plekje gaan zien.

 

Een bench moet zo groot zijn dat de hond net kan staan, rond kan draaien en languit kan liggen. Als de bench groter is, doet u er verstandig aan een deel van de bench af te schermen door bijvoorbeeld een bierkratje of iets anders in de bench te zetten waar het pupje niet op kan klimmen. Door het bench oppervlak klein te maken, zorgt u ervoor dat uw puppy sneller zindelijk is. Honden zijn namelijk van nature hygiënisch en bevuilen hun eigen hol niet graag. Omdat de pup in de bench geen ruimte heeft zijn behoefte te doen in een afgelegen hoekje, zal hij zo lang mogelijk zijn ontlasting op gaan houden. Het verkleinen van het bench oppervlak bevordert dus het zindelijk worden. Bovendien heeft u nu een bench die u altijd kunt blijven gebruiken. Wanneer u een bench gebruikt, heeft u in principe geen mand of kussen nodig. Veel honden vinden het fijn als er een kussen of deken op de bodem van de bench ligt.

Jarenlange ervaring heeft geleerd dat veel honden met een dikke vacht en veel werkhonden de voorkeur hebben voor een kale ondergrond. Maar probeer uit te vinden welke ondergrond uw hond het prettigst vindt.

Mand, kussen of deken?

Alternatief voor de bench is een hondenmand (of hondenbed) of een hondenkussen of deken. Houdt er bij aanschaf wel rekening mee dat het geheel makkelijk te reinigen is.

 

dierenarts

Zorg ervoor dat u weet bij welke dierenarts u met uw hond terecht wilt, zodat u in noodgevallen snel de juiste stappen kunt ondernemen.

Aandachtsoefeningen: Als de hond niet op je let, kun je hem niet trainen!

We beginnen met Aandachtsoefeningen: de ene keer lokken we het gedrag uit, een andere keer niet.

Beloon de hond als hij toevallig naar je kijkt. Dus niet roepen of verleiden met een brokje, maar “vang” de situatie als die zich voordoet: in de kamer, in de tuin of bij een wandeling. Zorg ervoor altijd een beloning bij de hand te hebben (bv in je broekzak, jaszak op de tafel etc). Hoe vaker je de aandacht vangt van de hond en hem dan altijd prijst met je stem (“Goed zo” of “Braaf’’) en in deze aanleerfase ook altijd beloont met een brokje of een knuffel, hoe meer hij die aandacht zal geven.

Lok het gedrag uit door het gebruik van een brokje om de hond naar je gezicht te laten

Kijken: Dit is een goede oefening om te doen net voor zijn etenstijd.

Maak zijn eten klaar en zet de bak op het aanrecht. Pak een brokje uit de bak en trek zijn aandacht door zijn naam te noemen, houd hem het brokje voor en breng het vervolgens naar je gezicht. Kijkt hij je aan, geef dan het brokje. Doe dit ongeveer 3 keer kort achter elkaar en geef hem dan zijn etensbak. Doe dit iedere dag een paar keer. Doe vooral veel spelletjes met de puppy.

Zitoefening

Verleid de hond met je hand in de zitpositie: Neem een brokje in je linkerhand en houd je linkerhand net boven de hond zijn kop, ongeveer tussen zijn ogen. Beweeg je hand langzaam naar achteren; de hond zal je hand volgen en gaan zitten.
Nb. De positie van de hand is belangrijk: houd je de hand te hoog, dan zal hij springen; houd je de hand te laag, dan gaat hij liggen.
Raak je puppy niet aan met je andere hand (bv op zijn rug duwen). Dat is niet goed voor zijn gewrichten en het geeft een tegengestelde reactie.

Oefening “Komen”

Vraag iemand om je puppy vast te houden, laat hem een brokje zien en besnuffelen. Dit moet een persoon zijn die de pup kent en vertrouwt!
Loop een paar meter achteruit, blijf staan, hurk neer en roep hem bij zijn naam. De ander laat de hond nu los. Moedig hem uitbundig aan om naar je toe te komen. Ontvang hem met open armen. Voordat je hem het brokje geeft, raak je even zijn halsband aan en dan pas belonen. Met je stem: “goed zo “of “braaf’ en een brokje.
Pak zijn halsband niet van boven af, maar onder zijn kin. Sommige honden vinden het bedreigend als handen van boven komen, zij duiken weg en willen niet meer komen.
Je kunt tijdens spel en tijdens aaien de halsband aanraken, dan is er geen stress.
Het doet er niet toe of hij gaat zitten, blijft staan of gaat liggen. Het doel van deze oefening is dat hij komt.

Als het een aantal keren goed gaat, voeg je bij het roepen na zijn naam het commando” hier” toe. Vergroot langzaam de afstand voor het komen, en doe het op verschillende plaatsen, waar weinig afleiding is.
Maak van de oefening “hier komen” in de kamer een spel en doe het dan met meerdere personen. Iedereen heeft een voertje bij de hand. Ga op de grond zitten tegenover elkaar als je met twee personen bent. Op ongeveer 2 meter uit elkaar. Ben je met meer dan 2 personen ga dan in een cirkel zitten.
Een persoon roept de hond bij zijn naam en houdt een brokje voor, nodigt hem uit te komen. Als de hond komt, dan belonen. Dan roept een ander, als hij komt, beloon je hem. Gaat dit goed, dan rechtop gaan staan. Vervolgens verder bijvoorbeeld 3 meter, uit elkaar gaan staan.
Variaties- als het de komende weken goed gaat: roepen vanuit een andere kamer, roepen vanuit de tuin, terwijl de hond in huis is en andersom.
Komen moet voor de hond altijd leuk zijn en hem iets lekkers opleveren, een knuffel of spelen. Roep hem daarom nooit voor vervelende dingen, bv. in bad gaan; nagels knippen … ga hem dan halen.

Langzaam strelen

De hond moet het goed vinden dat je aan hem zit, aan zijn oren, zijn staart, zijn poten aan zijn kop, zijn lippen etc. Het beste kun je dat thuis oefenen als de hond lekker ontspannen is na een fijne wandeling. Na het spelen als hij bijvoorbeeld rustig ligt.

Misschien kun je het combineren met een knuffelmoment iedere avond. Doe het ook op andere tijden en op andere plaatsen.

Je begint met het langzame strelen van je handen over zijn hele lijf waarbij je naar de voetzolen en nagels kijkt, zijn staart een beetje optilt. Je kunt de oren masseren en er in kijken. Je kriebelt met je rechterhand onder zijn kin en aait hem over zijn neus. Alles heel ontspannen, terwijl je zachtjes tegen hem praat. Nooit de ogen helemaal afdekken met je hand!
Je bouwt op die manier aan een band van vertrouwen met je hond door wat je met hem doet!

NEE- Oefening

Ga bij de hond op de grond zitten. Leg een brokje in je linkerhandpalm en bied hem dit met gestrekte hand aan; na 3 of 4 keer, als hij het brokje pakt, geef je het commando “pak maar”. Doe dat ook een keer of vier.
Vervolgens bied je het brokje aan, maar voordat hij het kan pakken, sluit je de hand. Eerst zeg je niets, maar na 3 of 4 keer zeg je, terwijl je de hand sluit, rustig en duidelijk “nee”’, vooral niet schreeuwen. Dan het brokje wegstoppen, nieuw brokje pakken en weer doorgaan, afwisselend met een paar keer “pak maar” en “nee ( hooguit 2 minuten per dag).

Hij begrijpt wat de bedoeling is, wanneer hij op het commando “nee” geen enkele beweging meer naar de hand met het brokje maakt. Sommige honden deinzen zelfs een beetje terug als je “nee “zegt. Vanaf dat moment ga je na de nee door met gedrag van hem te vragen dat je wel wilt. Je laat hem bv. zitten, afliggen of een paar passen met je mee lopen zonder trekken. Vervolgens prijs je hem en ga je met hem spelen, geef je hem een knuffel of een brokje.

Niet trekken aan de riem

Neem de riem in de rechterhand en houdt hem voor je borst.

Zorg dat er géén spanning op de lijn staat (m.a.w dat deze lang genoeg is om losjes tussen jou en de pup te hangen). Lok je puppy naast je met een brokje.
Begin te lopen en moedig hem aan mee te gaan.
Prijs hem als hij netjes naast je blijft lopen en geef regelmatig een brokje.

Als hij op een bepaald moment vooruit gaat lopen of een andere kant op, stop dan net voordat de riem strak staat.
Moedig hem aan om weer naast je te komen door te roepen en te lokken met een brokje. Komt hij – ook al is het in het begin maar een paar stapjes; prijs hem dan uitbundig en geef het brokje.
Nb. Sleep de hond niet mee met de riem en wees consequent: dus nooit verder gaan als de riem strak staat. Moeilijk, maar als het lukt ben je een grote stap verder.

"Vast" en "Los" oefening

Bij deze oefening leert de hond op commando dingen die hij (op )gepakt heeft en niet mag hebben, vrijwillig, zonder dwang, af te geven in ruil voor een brokje, een speeltje of een ander beloning. Ook is dit de eerste stap naar het apporteren. Wanneer de hond niet van nature apporteert kun je het hem aanleren. Voorafgaande aan het eigenlijke apporteren moet de hond leren een speeltje vast te houden en het weer los te laten.

Neem een speeltje dat de hond en jij samen vast kunnen houden: een piepspeeltje, een flostouw of een balletje in een sok.
Speel er eerst zelf een beetje mee. Rol het heen en weer van de ene hand naar de andere. Schuif het over de vloer. Verstop het achter je rug. Praat terwijl tegen de hond alsof je iets heel bijzonders hebt. De hond zal dat allemaal met belangstelling volgen.
Kijk nu of de hond het speeltje wil vastpakken. Schuif het voor zijn neus op de grond heen en weer. Niet naar hem toe, maar van hem af bewegen.
Pakt hij het speeltje vast, dan zeg je snel “vast”.
Nu moet hij het speeltje los laten. Je blijft het speeltje met één hand vasthouden.

Hou iets lekkers voor zijn neus en waarschijnlijk zal je de hond het speeltje loslaten. Op het moment dat hij het doet, zeg je “los”.
Vervolgens geef je hem het speeltje weer terug en begint het spel opnieuw. Na een paar minuten stoppen en het speeltje wegleggen.

Tot slot:

Wandelen met je hond is een van de mogelijkheden om samen een goede band op te bouwen.

Wandel echter niet te lang: voor elke maand dat hij oud is 5 minuten. Dus als hij 3 maanden oud is, dan niet langer dan 15 minuten per keer. Meerdere keren per dag wandelen mag wel, maar laat hem tussendoor lekker uitrusten.

De hond geeft het zelf niet aan, als je te lang wandelt.

Wandelen met de baas is immers geweldig: het ontdekken van een nieuwe wereld, overal aan snuffelen enz. Maar te lange wandelingen belasten zijn botten en spieren te veel, en dat kan op latere leeftijd problemen geven.

Hoe leert een hond?

Spelenderwijs. Spelen is een serieuze bezigheid!
De hond leert snel als een handeling hem iets oplevert!

Wilt u dat de hond de handeling ook uitvoert als hij volwassen is? Voorbeeld:

Blaffen. Jagen.
Let wel! Wat leuk is bij een puppy, kan vervelend zijn bij een volwassen hond. Een hond leert door na te doen en mee te doen.

Daarnaast door gewoontevorming !

Wij willen altijd een hond iets afleren door hem te corrigeren. Je kunt beter ongewenst gedrag ombuigen naar gewenst gedrag. Om een oefening te leren, zijn er vier fases:
De aanleerfase: Tijdens de aanleerfase is het beter om (nog) geen commando’s te gebruiken. De hond reageert wel op gebaren. Als u merkt, dat de hond op uw gebaar de beweging inzet, mag u aannemen dat de hond de oefening gaat begrijpen. Nu mag u een commando gaan toevoegen op het moment dat de hond in de beweging is.
De oefenfase: Dan, is de oefenfase aangebroken. U heeft dan ook maar 1 commando nodig want, u weet precies wanneer de hond de beweging inzet. In deze fase gaat u de oefening ook op andere plaatsen oefenen.
De uitbreidingsfase: In deze uitbreidingsfase gaat u proberen om de hulpen langzaam af te bouwen.
De beheersfase: In de beheerfase gebruikt u de hulpen soms wel en soms niet.
U gaat nu over op een variabel beloningsschema. De beloning hoeft niet altijd iets lekkers te zijn.
B.v. door te oefenen met de etensbak of als beloning de vrije wandeling of een knuffel.

Alleen blijven moet geleerd worden.

Alleen blijven is niet iets wat een hond van huis uit kan. Een hond is een sociaal dier en zal het liefst gewoon in gezelschap zijn van een roedelgenoot. Veel honden zijn niet gewend om alleen te blijven.
Er zijn honden die uitstekend zonder mensen kunnen, maar zonder andere honden is vaak een groter probleem. Zeker als een pup bij de fokker blijft. Deze honden hebben nooit zonder gezelschap van moeder of kennelgenoten geleefd.
Alleen blijven is niet een op zichzelf staand iets. Als een hond moeite heeft met alleen blijven, zie je vaak al een voorbode daarvan in het normale gedrag in huis. De hond volgt de eigenaar overal, ligt vaak binnen een straal van een meter of twee van zijn baas af en is erg gericht op de eigenaar.

Als een hond in het bijzijn van zijn baas al geen zelfstandigheid laat zien, dan is ineens ‘helemaal alleen thuis’ logischerwijs wat te veel gevraagd. Het is dus belangrijk dat de hond u niet overal achterna loopt in huis en dat u in huis af en toe eens even een deur achter u sluit. Alleen blijven moet iets compleet normaal worden. Geen extra aandacht van te voren en ook niet daarna. Als u even tien tellen koffie wilt inschenken in de keuken doet u dat dus gewoon.

Zo begint eigenlijk al heel vlot het opbouwen van het alleen blijven door, als u gewoon thuis bent, af en toe even een paar tellen uit zicht te gaan. Echt weg, het huis uit, is iets wat eigenlijk pas aan de orde komt als de hond in huis wat is gewend en u zich in huis vrijuit kunt bewegen, zonder dat de hond verontrust raakt. Het is belangrijk dat de hond zich veilig voelt in zijn omgeving, voordat hij er alleen voor staat. Veel angsten tijdens het alleen zijn, komen door gevoelens van onzekerheid en ontoereikendheid. De hond is bang omdat hij steun mist van de baas en nergens op kan terugvallen.

De kunst van het goed leren alleen te blijven, zit hem erin dat de hond deze gevoelens nooit zal ervaren, omdat hij geen gevoelens van angst beleeft vanwege een kalme opbouw. Dan gaat het goed!
Signalen van nerveus gedrag zijn: piepen of blaffen en of krabben aan de deur. Dan gaat het de hond allemaal wat te snel!

Bij erge angst zie je soms ook onzindelijkheid of sloopgedrag. Dan is het tijd om deskundige hulp in te roepen.

Als u de hond voor de eerste keer echt even alleen gaat laten, is een goede wandeling van te voren een prima start. De hond zal dan moe zijn en lekker willen slapen. U kunt kalm vertrekken.
U kunt de radio aanlaten tegen de buitengeluiden en u kunt een zinnetje gebruiken, waarmee u aankondigt dat u even weg bent. Hier in huis schalt “Ben even boodschappen doen” vaak door het huis en is voor de honden dé herkenning, dat er niets gaat gebeuren en dat ik even wegga. Rust is belangrijk!
Zoals al eerder aan de orde is geweest zijn honden gevoelig voor stemmingsovername en drukte van ons leidt vaak tot drukte bij de hond. Als alles kalm en rustig is en u was in huis al zo vergevorderd dat u gewoon even de kamer uit kon, is het prima om de hond even alleen te laten. Begin met korte momenten. Een paar minuten is als start genoeg en als dat goed gaat, kan de opbouw soms vlot gaan. Kalmte, rust en niets overhaast willen afdwingen is de beste manier om een hond te leren, dat alleen blijven niet erg is. Belangrijk is dat de hond vermoeid is door een lange wandeling en zich veilig voelt in huis.

Een belangrijke start wordt gemaakt door te oefenen als u thuis bent !!

Zelfbeheersing leren.

Trekt je hond aan de lijn wanneer er iemand aankomt? Als hij een andere hond ziet? Als er joggers voorbij lopen? Als er kinderen spelen? Als er een kat of een vogel door de tuin loopt? Is hij moeilijk onder controle te houden bij de dierenarts of in de honden trimsalon? Als er bezoek komt ?

Wanneer het antwoord op een van deze vragen ja is, dan zal je hond zelfbeheersing moeten leren. Net zoals kinderen moeten leren hun opwellingen te beheersen, voordat ze tot verantwoordelijke volwassenen kunnen uitgroeien, moeten honden zelfbeheersing leren, voordat ze goedgemanierde “hondenburgers” kunnen worden. Zelfbeheersing moet geleerd worden, net zoals je hem leert te zitten, te blaffen of te komen als je roept.
Iedere eigenaar kan zijn hond zelfbeheersing leren, door de onderstaande richtlijnen te volgen:

Train, houd hem niet in bedwang!

Het stevig vasthouden van de lijn en de halsband leert de hond niets, behalve dat jij hem in bedwang kunt houden. Geef in plaats daarvan een eenvoudig commando, zoals “zit”, waarbij je hem als het nodig is met de lijn een aanwijzing geeft. Laat de lijn daarna onmiddellijk los hangen, zodat er helemaal geen spanning op staat.
Wanneer de hond van houding verandert, breng hem dan rustig en langzaam opnieuw in dezelfde houding en maak dat de lijn daarna weer slap is.

Vraag om medewerking, niet om onderwerping

Beschouw het werken met je hond alsof je werkt met een vriend. Vermijd dat er een strijd ontstaat, door van je hond meer te vragen dan hij op dat moment aankan. Bijvoorbeeld, wanneer je hond werkelijk opgewonden is, zal hij niet in staat zijn of niet willen gaan liggen, maar er wel in toestemmen rustig te zitten, wanneer je het hem een paar keer vraagt.

Sluit een compromis en wees redelijk – de meeste strijd tussen een hond en zijn eigenaar ontstaat doordat de eigenaar probeert de hond te overheersen, in plaats van een oplossing te vinden die acceptabel is voor de eigenaar én de hond. Onthoud dat de hond niet weet wat zijn keuzemogelijkheden zijn.

Een hond die het ontbreekt aan zelfbeheersing weet niet dat het mogelijk is, ondanks de afleiding, rustig te zitten. De eigenaar is ervoor verantwoordelijk dat de hond leert dat hij andere keuzemogelijkheden heeft dan uitvallen, trekken of rondspringen.

Beweeg langzaam en praat rustig

Een hond die erg opgewonden is, heeft kalmte nodig, een rustige aanpak. Een algemene fout die eigenaren maken is snel bewegen, de lijn of halsband vastgrijpen, hun stem verheffen en praten met korte, scherpe klanken. Gezien vanuit de hond, lijkt de eigenaar even opgewonden als hij en korte scherpe klanken lijken op blaffen. In plaats van de hond te kalmeren, versterkt dit zijn opwinding. Door langzaam te bewegen en rustig te praten geeft de eigenaar de hond een duidelijke boodschap, namelijk dat hij niet opgewonden is en de situatie beheerst.

Herinner en vraag, eis niet.

Een hond die al opgewonden is, zal zich waarschijnlijk verzetten tegen een harde correctie of reageren met nog meer opwinding. “Vraag” door gebruik te maken van de lichtst mogelijke aanraking van lijn en halsband en herinner de hond er iedere keer aan wat hij doet, als hij een andere houding aanneemt. Werk aan het aanleren van zelfbeheersing in alle omstandigheden.

Begin te werken in een situatie zonder afleiding, en vraag je hond met een slappe lijn vijf minuten te zitten. Ga geleidelijk naar situaties met meer afleiding en oefen vaak. Werk thuis, bij vrienden thuis, in parken, winkelcentra, op hondententoonstellingen, op het trainingsveld en bij de dierenarts. Wanneer de zelfbeheersing van je hond en zijn respect voor jou toeneemt, kun je het rustig af liggen tot wel 30 minuten opvoeren.

×

Cart