Keuringen van de Pomsky

Bij verschillende rassen honden is screening van de ouderdieren gebruikelijk of zelfs verplicht. Of keuringen voorgeschreven door de rasverenigingen. Er wordt hierbij gekeken naar aanwezige erfelijke aandoeningen. Dit onderzoek heet een foktechnische keuring.

Welke Foktechnische keuring geldt dan voor de Pomsky?

Alle besluiten die wij nemen zijn in overleg met Dierenpraktijk Sleeuwijk en FCI keurmeester Marjolein Roosendaal.

Foktechnische keuring:

  • De klinische gezondheidscheck
  • Heupdyplasie (HD) röntgenfoto
  • Patella luxatie
  • Elleboogdysplasie (ED) röntgenfoto
  • ECVO-oogonderzoek

Wij zullen stap voor stap, met de fokkers en eigenaren van de Pomsky de Foktechnische keuring gaan uitbreiden naar:

  • MRI syringomyelie

Uitleg

Heupdysplasie bij de hond:
De heup is een kogelgewricht. Het is een ronde bol (dijbeenkop) die in een holle kom (bekkenkom) vast zit met een ligament en een kapsel.
Tijdens de draaibewegingen moet de kop goed aangesloten blijven met de kom.
Indien de kom te ondiep is en er een instabiel gewricht aanwezig is kan er een chronische ontsteking ontstaan waardoor het gewricht “misvormd” wordt (dysplasie). Dan ontstaan er ook bot (benige) afwijkingen die op een röntgenfoto zichtbaar zijn.
 
Klachten van honden met heupdysplasie:
Doordat de heupen misvormd zijn kan er geen normale beweging optreden in het heupgewricht.
De hond kan hierdoor de volgende klachten vertonen:
– Stram lopen, vooral bij aanvang van het lopen
– Pijnlijk en moeilijk opstaan
– Door de achterpoten zakken
– Kreupel lopen met een of beide achterpoten
– Stijve heupgewrichten: de heupgewrichten zijn niet ver naar achter te strekken.
 
Naast erfelijke factoren spelen vele andere zaken ook een rol. Denk hierbij aan groeisnelheid, lichaamsgewicht, bewegingspatroon, voeding en omgevingsfactoren. Het is belangrijk dat de groeisnelheid van de jonge hond niet te hoog is. Vaak zien we dat eigenaren van pups hun nieuwe aanwinst overvoeren: een enigszins “rond” voorkomen vinden veel mensen (helaas) juist fraai. Naast een te royale voeding is het ook belangrijk dat er geen overvoeding plaats vindt met Vit D en/of Calcium.
 
Zorg er verder voor dat er geen overbelasting van de heupen optreedt: geen trap laten lopen, niet te lange afstanden lopen, niet laten springen, niet te veel met een bal spelen, geen stokken gooien.
Wel goed is om de jonge hond te laten zwemmen (onbelaste beweging!), en vaak korte afstanden te lopen met de jonge hond.
 
Bij onze praktijk worden ruwweg om een drietal redenen röntgenfoto’s van de heupen gemaakt.
1. allereerst uiteraard de hond die met (klinische) klachten aangeboden wordt. Soms is het ook nodig om foto’s te maken van (een deel van) de rug.
2. honden die gebruikt worden in de sport.
3. honden die gebruikt gaan worden voor de fokkerij. Ook wordt dan soms een heel nest nakomelingen geröntgend om een nauwkeuriger indruk te krijgen over de fokwaarde van de beide ouders.
 
De foto’s worden opgestuurd naar de sectie orthopedie . 
De HD-foto’s worden beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van deskundige beoordelaars.
 
Conform de regels dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto’s minimaal 12 maanden oud te zijn. Voor enkele grote rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een verplichte minimumleeftijd van 18 maanden.
 
Voor het maken van de röntgenfoto worden strenge eisen gesteld aan de kwaliteit en documentatie (identificatie) van de opname.
 
Dierenartspraktijk Sleeuijk heeft de erkenning om foto’s op te mogen sturen naar Amerika. 
 
Nadat de röntgenopname van de heupen gemaakt is wordt deze opgestuurd naar de OFA. Tegenwoordig gebeurt dit (direct na het onderzoek) digitaal.
Je kunt er ook voor kiezen om bij je eigen dierenarts dhet onderzoek te laten doen. Wij zullen dan de uitslag van het HD onderzoek digitaal opsturen na de overheidsinstelling in Amerika, de OFA. 
 
Doordat Dierenarts Maarten Kappen en Dierenartspraktijk Sleeuwijk een overeenkomst hebben met STICHTING IPRC  betaald u de beoordelingskosten in de praktijk (gelijk met de kosten van het röntgenonderzoek, via de praktijk) en gaat de hele procedure daardoor veel sneller en efficiënter.
Meestal ontvangt u dan na een aantal dagen de uitslag al in uw mailbox.
 
Wij mogen een korting aanbieden als je via STICHTING IPRC een afspraak maakt bij Dierenartspraktijk Sleeuwijk voor de Foktechnische keuring van je Pomsky.
 
Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek:
Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de IPRC-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.
 
De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen “drager” van de afwijking kan zijn.
 
HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto’s geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.
 
De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
 
Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).
 
De beoordeling van onderdelen:
Bij de beoordeling van de HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.
 
Bij elleboogdysplasie is het belangrijk dit in een vroeg stadium vast te stellen. Zo wordt verergering voorkomen en is de kans dat uw hond straks weer lekker kan rondrennen het grootst.
 
Hoe ontstaat elleboogdysplasie?
Elleboogdysplasie is een verzamelnaam voor vijf veel voorkomende elleboogaandoeningen bij honden. Soms komt dit door een trauma, maar vaak is er een erfelijke reden voor dit soort aandoeningen.
 
De elleboog is het scharniergewricht in de voorpoten. Het gewricht zit tussen het opperarmbeen in de bovenarm en het spaakbeen en de ellepijp in de onderarm. Ter versteviging van dit gewricht is de ellepijp extra lang en heeft een aantal uitstulpingen die in het opperarmbeen scharnieren en het spaakbeen omsluiten. Deze uitstekende stukjes bot maken het gewricht sterk, maar ook complex. Kleine afwijkingen in de groei van uw hond kunnen daardoor grote gevolgen hebben.
 
Wat zijn de symptomen van elleboogdysplasie bij uw hond?
Elleboogdysplasie is in veel gevallen een erfelijke aandoening, waar vooral snelgroeiende rassen last van hebben. Honden kunnen al klachten krijgen als ze 5-6 maanden oud zijn.
 
Symptomen waar een hond met elleboogdysplasie last van kan hebben zijn niet altijd goed zichtbaar. Uw hond krijgt pijn bij het buigen en vooral strekken van zijn poten en begint mank te lopen. Ook kan er een vochtophoping ontstaan in de elleboog. Omdat de klachten al op zo’n jonge leeftijd kunnen voorkomen, worden ze soms onterecht als groeipijn gezien.
 
Wanneer is ED onderzoek bij uw hond nodig?
Als u vermoedt dat uw hond last heeft van ED, is het belangrijk om uw dier op tijd te laten onderzoeken, omdat de aandoening niet alleen pijn, vergroeiingen en kreupelheid, maar op lange termijn ook slijtage (artrose) bij uw hond veroorzaakt.
 
Wilt u een nestje honden fokken? Voor een aantal rassen is het verplicht om ED onderzoek te laten uitvoeren bij uw dierenarts. 
Wat is patellaluxatie of knieschijfluxatie?
 
De knieschijf ofwel patella ligt normaal gesproken in een kraakbeensleuf aan het onderste gedeelte van het bovenbeen. Bij patellaluxatie schiet deze van zijn plaats (naar binnen of naar buiten). De knieschijf heeft een belangrijke functie in het mechanisme van de kniebuiging. Bij een luxatie van de knieschijf valt deze functie weg. Daardoor kan de hond niet meer goed op dit been steunen.
 
Knieschijfluxatie kan aan één poot voorkomen maar vaker zien we het beiderzijds. We zien het bij de jonge hond vanaf een week of 8 maar we zien ook vaak pas problemen op latere leeftijd. In principe kan patellaluxatie bij alle rassen voorkomen. We zien het echter het vaakst bij de kleine en minirassen.
 
Dat patellaluxatie een complex probleem is, blijkt wel uit de verschillende classificaties waarin deze aandoening wordt onderverdeeld.
 
Onderverdeling in voorkomen
 
Mediale luxatie (luxatie naar binnen) bij mini, kleine en grote hondenrassen.
Laterale luxatie (naar buiten) bij mini en kleine hondenrassen
Laterale luxatie (naar buiten) bij grote hondenrassen
 
Onderverdeling naar oorzaak 
 
Erfelijkheid
Genetisch bepaalde anatomische afwijkingen veroorzaken de patellaluxatie. Zo kan de tibia (het stukje bot waar de kniepees aan vast zit) te veel naar binnen staan waardoor de knieschijf buiten de kraakbeensleuf gedwongen wordt.
 
Traumatisch
Door een ongeluk kunnen een of meerdere bandjes afscheuren die normaal de knieschijf op zijn plaats houden
Tgv lichamelijke afwijkingen
Andere aandoeningen kunnen ervoor zorgen dat de knieschijf losser in de kraakbeensleuf ligt. De ziekte van Cushing is zo’n voorbeeld. Door verslapping van de pezen en spieren wordt de knieschijf niet vast genoeg meer in de sleuf gehouden. 
 
Onderverdeling in de ernst van luxatie (vooral belangrijk voor de keuze van de behandeling) 
 
Patellaluxatie kan in verschillende gradaties voorkomen; van heel af en toe tot permanent op de verkeerde plaats. We maken de volgende onderverdeling hierin;
 
Graad 1
De knieschijf is te luxeren bij een gestrekte poot de knieschijf met de hand te verplaatsen. Wanneer de poot weer in de normale stand staat schiet de knieschijf vanzelf weer terug.
 
Graad 2
Hierbij schiet de patella er regelmatig naast en blijft dan in geluxeerde positie voor kortere of langere tijd. Sommige honden “zetten” de knieschijf zelf weer op de plaats door de poot naar achteren te strekken. Door het regelmatig op en af schieten van de knieschijf ontstaan kraakbeendeformiteiten, artrose en afvlakking van de kraakbeensleuf.
 
Graad 3
De knieschijf is permanent geluxeerd, wanneer de knieschijf weer in de goede positie gezet wordt schiet deze er vanzelf weer uit. De kraakbeensleuf is ondiep of zelfs afgevlakt. De poot wordt wel belast maar staat vaak in doorgebogen positie.
 
Graad 4
De knieschijf is permanent geluxeerd en de kraakbeensleuf is afgevlakt of schuin aflopend. Honden houden de poot omhoog of bij beiderzijdse luxatie lopen ze extreem afwijkend wijdbeens. 
Symptomen van patella luxatie bij de hond 
 
Verschijnselen van patellaluxatie kunnen variëren van heel af en toe door de betreffende poot zakken tot permanente afwijkende loop waarbij de honden met de knieën naar buiten lopen. Wanneer de knieschijf weer in de goede positie schiet zijn de problemen ook weer direct verdwenen.
 
Bij mediale patellaluxatie kunnen we globaal drie groepen onderscheiden;
 
Pasgeborenen en puppies
Problemen van afwijkend gebruik van een of beide achterpoten vanaf de tijd dat ze echt gaan lopen. Vaak zijn dit de dieren met patellaluxatie graad 3 of 4.
Jonge tot volwassen honden
Deze dieren hebben vaak altijd al een wat afwijkende gang maar deze kan langzaam verergeren. Deze gevallen hebben vaak patellaluxatie graad 2 of 3.
Oudere dieren
Oudere dieren met patellaluxatie graad 1 of 2 hebben vaak in hun leven slecht geringe verschijnselen. Vaak zien we bij deze dieren plotselinge kreupelheid en pijn door verergering van de luxatie en/of door de toename in de vorming van artrose.
 
Hoe stellen we de diagnose patellaluxatie? 
 
De diagnose wordt gesteld aan de hand van het verhaal (anamnese) en het onderzoek waarbij met een speciale handgreep wordt gekeken of de knieschijf te luxeren is. In enkele gevallen is het beter dit onderzoek onder een lichte sedatie te doen.
 
Het maken van rontgenfoto’s is niet direct noodzakelijk voor de diagnose maar sluit wel andere oorzaken uit en kan informatie geven over de prognose en de keuze van behandelmethode. 
 
Wat is de behandeling voor te losse knieschijven? 
 
De behandeling van de patellaluxatie is afhankelijk voor de graad en de oorzaak van de luxatie.
 
Graad 1 patellaluxaties worden nogal eens niet behandeld (niet in de laatste plaats omdat de verschijnselen zo gering zijn). Toch is het zeer waarschijnlijk dat, door de regelmatige luxaties, een pijnlijk gewricht ontstaat. Bovendien kunnen hierdoor botafwijkingen ontstaan waardoor de luxatie steeds erger wordt.Het is dan ook zo dat de meeste van deze gevallen beter geopereerd kunnen worden.
 
De overige graden van patellaluxatie komen zeker in aanmerking voor chirurgie. Afhankelijk van de graad van de patellaluxatie kan er voor de volgende operatieve ingrepen gekozen worden, ook combinaties van deze methoden worden gebruikt;
 
Strak hechten van het kapsel; hierdoor kan de knieschijf minder snel luxeren
Uitdiepen van de kraakbeensleuf; hierdoor valt de knieschijf dieper in de sleuf en zal minder gemakkelijk luxeren.
Teugeltechnieken; hierbij kunnen teugels van onoplosbaar materiaal gebruikt worden om de knieschijf op de plaats te houden en/of de aanhechtingsplaats van de kniepees in de goede positie te houden.
Transpositie van de aanhechtingsplaats; hierbij wordt de aanhechtingsplaats van de kniepees losgebeiteld en in de goede positie teruggezet met pinnetjes.
Uitgebreide botchirurgie; in enkele gevallen zijn de anatomische afwijkingen van dien aard dat complete standscorrecties nodig zijn.
 
 
Vooruitzichten 
 
De vooruitzichten na chirurgie zijn uitstekend, doel van de chirurgie is compleet functioneel herstel.  
 
Fokken met patellaluxatie 
 
Afgezien van de traumatische patellaluxatie (dus na een ongeluk) wordt het fokken van honden met een patellaluxatie ten zeerste afgeraden. De kans dat deze aandoening wordt doorgegeven is zeer groot, neem uw verantwoordelijkheid hier dus in!
 
Preventie van patellaluxatie 
 
Helaas zijn losse knieschijven niet te voorkomen. Het enige wat we kunnen doen is goede selectie van de honden die we gebruiken voor de fok. 
 
Samenvatting 
 
Patellaluxatie of losse knieschijven is een veel voorkomende aandoening bij kleine hondenrassen. Hierbij schiet de knieschijf regematig van de plaats waardoor een kreupele gang ontstaat. De meeste vormen van patellaluxaties zijn gebaat bij chirurgie. Devooruitzichten na chirurgie zijn uitstekend.
  • Ogen, oren, huid en vacht. Krabt uw hond zich vaker of schudt hij met zijn hoofd? Dit kan wijzen op vlooien of andere parasieten (bijvoorbeeld oormijt).
  • Indien nodig, knippen wij direct de nagels bij.
  • Gebit. Het gebit van uw hond of kat wordt gecontroleerd op tandsteen, slechte elementen en ontstekingen. Ze veroorzaken niet alleen een verschrikkelijke stank uit de bek, maar ook een gevaarlijke infectiebron, die onder andere de nieren kan beschadigen.
  • Gewicht. Is uw hond vermagerd of juist zwaarder geworden? Gewichtsproblemen hoeven lang niet altijd door (verkeerd) voer veroorzaakt te worden. Ook verkeerde voedingsverhoudingen, te weinig beweging door pijnlijke gewrichten of een hormonale storing (bijvoorbeeld suikerziekte) kunnen een rol spelen. In deze gevallen moet er een juiste diagnose gesteld worden, waarna een effectieve behandeling kan worden ingezet.
  • Vlooien, wormen, teken en andere parasieten. U krijgt voorlichting over parasieten, zoals vlooien, teken, zandvliegen, wormen, giardia en hartwormmuggen. Jeuk en een slechte vacht zijn al lastig genoeg, bovendien kunnen sommige parasitaire aandoeningen een bedreiging zijn voor de mens. Zo nodig ontwormen wij direct en krijgt u een ontvlooiingsmiddel mee.
En verder? Natuurlijk wordt er naar het hart en de longen geluisterd. In een aantal gevallen kan aanvullend onderzoek nodig zijn, zoals bloedonderzoek, urineonderzoek. of een röntgenfoto.
Syringomeylie is een aandoening van de hersenen en het ruggemerg wat gekenmerkt wordt door het optreden van een met vocht gevulde holte in het ruggemerg. De aandoening heet volledig Chiari-lijkende malformatie en syringomeylie, waarbij naast het bovengenoemde syringomyelie ook de kleine hersenen (cerebellum) uitpuilen door het achterhoofdsgat.
Syringomyelie is een aandoening die vooral voorkomt bij honden van kleine rassen. Bij syringomyelie is de schedel te klein voor de hersenen.
 
De oorzaak van syringomyelie is zeer waarschijnlijk erfelijk en ligt in de aanleg van het bot van de schedel. Het achterhoofdsbeen (os occipitale) is te klein, waardoor er te weinig ruimte is voor de kleine hersenen (cerebellum). Als gevolg hiervan puilen de kleine hersenen via het achterhoofdsgat uit de schedel het wervelkanaal in, waar het ruggemerg loopt. Door deze uitpuiling kan er een blokkade ontstaan in de normale stroom van het hersenvocht rond de hersenen en het ruggenmerg. Deze blokkade leidt ertoe dat er met vocht gevulde holten binnen het ruggenmerg ontstaan. Een met vocht gevulde holte binnen het ruggenmerg (myelum) wordt syrinx genoemd. De combinatie van deze twee woorden is de naam van de kwaal geworden: syringomyelie. De syrinx geeft druk op de omliggende zenuwen, waardoor de normale zenuwimpulsen worden verstoord. De aandoening is bij mensen al veel langer bekend en daarbij zijn de verschijnselen zeer divers. Immers, het ruggenmerg zorgt voor de communicatie tussen de hersenen en de rest van het lichaam. Het hangt er maar vanaf welke zenuwen door de Syrinx weggedrukt worden en welk effect dit zal hebben. Zenuwen kunnen geblokkeerd raken, maar ook overprikkeld.
 
Symptomen
De klachten kunnen variëren van zeer mild tot ernstig. Bij mensen wordt beschreven dat ze het gevoel kunnen hebben dat er een tor over hun nek kruipt. Bij Caveliers uit dit zich vaak in krabben. Daarom wordt syringomyelie ook wel krabziekte genoemd. Typerend is het gaan krabben net nadat ze opgestaan zijn. Dit is meestal aan dezelfde kant, richting nek of oor. Bij het krabben hoeven ze hun lichaam niet aan te raken. De aandoening gaat altijd gepaard met pijn. Meestal is dit aangezichts- of nekpijn, maar hoofdpijn en pijn in de ledematen is ook beschreven. Dit kan bij honden leiden tot janken tijdens het optillen, maar ook als ze rustig liggen. Jonge honden ontwikkelen soms een kromming in de nek.
Af en toe zien we motorische zenuwuitval, wat als gevolg heeft dat ze de achterpoten minder goed of zelfs helemaal niet meer kunnen gebruiken. Deze lijst van symptomen zal zeker niet compleet zijn. Bij de mens (die zich veel beter kan uiten dan de hond) is deze zeer lang, variërend van pijn en jeuk tot vermoeidheid en depressiviteit. Syringomyelie kan ook gemakkelijk verward worden met andere aandoeningen. Jeuk ten gevolge van een allergie of een oorontsteking en nekpijn ten gevolge van een hernia zijn bekende aandoeningen met soortgelijke verschijnselen.
 
Diagnose
De uiteindelijke diagnose kan alleen gesteld worden door een MRI scan (Magnetic Resonance Imaging) te laten maken van de schedel en nek. Alleen hierop zal de syrinx te zien zijn.
 
Behandeling
De behandeling van syringomyelie bestaat uit het aanpassen van de levensomstandigheden, het geven van medicijnen of chirurgie. Genezen van de aandoening is helaas niet mogelijk. Bij aanpassingen van de levensomstandigheden kunnen we bijvoorbeeld denken aan het dragen van een borsttuigje in plaats van een halsband, zodat er niet aan de hals getrokken wordt. Ook is het verstandig om te voeren vanaf een verhoging. Til de hond niet te vaak of onvoorzichtig op, en laat de hond rustig komen als je roept, in plaats van aan de lijn te trekken.
 
Medicatie
Bij medicatie hebben we de keuze uit 3 groepen middelen.
 
Pijnstillers: zowel NSAID’s als opiaten (morfine-achtige stoffen). Bij erge pijn kunnen ook anti epileptica ingezet worden (gabapentine).
Middelen die de aanmaak van hersenvocht kunnen verminderen.
Soms worden corticosteroïden ingezet. Prednison werkt deels pijnstillend en zou mogelijk de aanmaak van hersenvocht remmen.
Chirurgie
Voor chirurgie wordt gekozen als er ernstige pijn is en duidelijk neurologische afwijkingen. Doel van de operatie is de normale stroom van hersenvocht te herstellen. Er zijn meerdere mogelijkheden qua operatie.
×

Cart